Basisboek psychologie - Hoofdstuk 6 - Hoe wij onthouden en vergeten

Lakukan tugas rumah & ujian kamu dengan baik sekarang menggunakan Quizwiz!

episodisch/autobiografisch geheugen

Bevat de herinneringen van iemands eigen leven. Het gaat om herinneringen aan persoonlijke gebeurtenissen die iemand heeft meegemaakt.

hersenschors

De buitenste laag van onze hersenen. Deze kent vele groeven waardoor de oppervlakte groot is. Deze buitenste laag is bij mensen zeer groot in vergelijking met die van dieren. Typisch menselijke vaardigheden zoals spreken en denken worden aangestuurd door delen van de buitenste laag van onze hersenen.

amnesie

De wetenschappelijke term voor geheugenverlies.

anterograde amnesie

Dit betekent dat iemand vanaf het moment dat hij ziek werd of een ongeluk kreeg geen herinneringen meer kan opslaan. Al eerder opgeslagen herinneringen verdwijnen niet. Meestal betreft het niet meer kunnen opslaan van expliciete informatie.

Hermann Ebbinghaus

Een Duitse psycholoog, pionier in het leerpsychologisch onderzoek. Hij wordt gezien als de ontdekker van de klassieke vergeetcurve. Hij was de eerste die het bewijs hiervan leverde met een wetenschappelijk onderbouwd onderzoek.

korsakovsyndroom

Een aandoening waarbij een gedeelte van de hersenen is beschadigd. Het is een vorm van dementie. Patiënten hebben over het algemeen problemen met het expliciete (autobiografisch en semantisch) geheugen. Ook hebben ze veel moeite met kunnen plannen. Het impliciete geheugen (vaardigheden) blijft meestal intact. De stoornis ontstaat door gebrek aan vitamine B1, wat vaak - maar zeker niet alleen - voorkomt bij alcoholisme.

verdringen

Een begrip dat voor het eerst door Sigmund Freud werd gebruikt. Het slaat op het wegstoppen of wegwerken van herinneringen aan een verboden wens of traumatische gebeurtenis. Door iets weg te stoppen zou je jezelf beschermen tegen innerlijke onoplosbare conflicten of traumatische herinneringen. Zowel het wegstoppen zelf als het effect zou onbewust gebeuren. In de moderne psychologie wordt erg getwijfeld aan het bestaan van dit mechanisme.

cue/trigger

Een gebeurtenis of prikkel die een bepaalde herinnering en/of bepaald gedrag opwekt.

hippocampus

Een hersendeel dat ligt aan de binnenzijde van onze slaapkwab, in elke hersenhelft een. Dit hersendeel is vooral betrokken bij het opslaan van nieuwe herinneringen die betrekking hebben op feiten of gebeurtenissen (expliciet geheugen). Bij (oudere) mensen die dementeren kan een rol spelen dat dit hersendeel is aangetast, waardoor - zeker in het begin van de ziekte - nieuwe herinneringen minder goed of niet meer worden opgeslagen.

chunking

Een methode waarbij je de hoeveelheid informatie die je met je kortetermijngeheugen tijdelijk moet onthouden, weet te vergroten. Dit doe je door reeksen cijfers, letters of speelkaarten op te delen in mootjes die beter te onthouden zijn, zoals 25022017 in 25-02-2017. Hierbij is het van belang dat die mootjes 'je iets zeggen', dus dat ze in combinatie een ezelsbrug vormen naar wat je al weet of naar je eigen referentiekader.

semantisch geheugen

Een onderdeel van het (expliciete) langetermijngeheugen. Hierin worden feitenkennis, algemene kennis en betekenis van woorden opgeslagen.

procedureel geheugen

Een onderdeel van het impliciete langetermijngeheugen. Hierin worden zowel motorische vaardigheden (schaatsen) als cognitieve vaardigheden (lezen en rekenen) opgeslagen. Het zijn altijd vaardigheden die door oefening geleerd en verbeterd worden.

herkennen

Een passief proces waarbij een beperkte hoeveelheid informatie uit het langetermijngeheugen wordt gebruikt. Het proces lijkt een beetje op priming.

epilepsie

Een stoornis in de hersenen, waarbij zich tijdelijk, plotseling en ongecontroleerd grote groepen hersencellen 'elektrisch' ontladen. Je zou het een kortsluiting kunnen noemen. De stoornis kent veel vormen. Bij een ernstige aanval ligt iemand meestal op de grond met stuiptrekkingen. Soms kunnen geheugenfuncties beschadigd raken.

ezelsbruggetje

Een strategie die ervoor zorgt dat je herinneringen makkelijk kunt ophalen.

werkgeheugen

Een tijdelijke opslagplaats van informatie in de hersenen. Hiermee denken we. Dat betekent ook dat we hierin informatie kunnen be-werk-en. Dit kan informatie zijn die we net via het sensorisch geheugen hebben ontvangen, maar ook informatie van vroegere gebeurtenissen (uit het langetermijngeheugen). Een rekensommetje maken of een nieuwe instructie opvolgen doen we hiermee. Het bevat twee onderdelen: kortetermijngeheugen en processor.

impliciet/niet-declaratief/onbewust geheugen

Een vorm van het langetermijngeheugen waarbij er niet direct sprake is van bewuste beleving van of toegang tot opgeslagen kennis. Deze vorm van geheugen komt onder andere tot uiting in beter presteren in bepaalde taken na herhaalde oefening.

expliciet/declaratief/bewust geheugen

Een vorm van het langetermijngeheugen waarbij men opgeslagen kennis bewust kan beleven of oproepen.

vergeetcurve

Geeft aan hoe snel wij geleerde woorden of feiten vergeten. Nieuw aangeleerde dingen worden eerst goed onthouden, maar hoe verder in de tijd, hoe minder het geleerde gereproduceerd kan worden.

visualiseren

Het bedenken van een beeld bij een woord dat je moet onthouden.

ophalen

Het derde stadium van het geheugen. Slaat op het terugvinden van informatie die is opgeslagen. Soms is daar een prikkel (trigger) voor nodig, zoals een vakantiefoto die een herinnering aan een etentje tijdens die vakantie oproept.

coderen

Het eerste stadium van het geheugen. (Nieuwe) informatie wordt op zo'n manier bewerkt dat ze makkelijk te begrijpen is.

aandacht

Het gericht waarnemen van prikkels. Het kan slaan op prikkels (informatie) uit de omgeving, uit het eigen lichaam of uit de eigen gedachten. Alleen informatie die op deze manier is waargenomen, kan opgeslagen en (bewust) herinnerd worden.

retroactieve interferentie

Het tegenovergestelde van proactieve interferentie. Het houdt in dat nieuw aangeleerde informatie het terughalen van eerder geleerde informatie in de weg staat.

proactieve interferentie

Het tegenovergestelde van retroactieve interferentie. Het houdt in dat oude herinneringen het leren en herinneren van nieuwe informatie in de weg staan.

vasthouden

Het tweede stadium van het geheugen. Slaat op het opslaan en bewaren van informatie in het geheugen.

fotografisch geheugen

Het vermeende vermogen om beelden, geluiden, smaken en dergelijke exact op te slaan in het menselijk geheugen.

geheugen

Het vermogen om informatie te onthouden. Zowel dieren als mensen beschikken over dit vermogen. Dit vermogen omvat drie belangrijke aspecten, namelijk de opslag, het vasthouden of bewaren en het terugvinden van informatie.

primacy-effect

Het verschijnsel dat de eerste term uit een lijst (samen met de laatste term) het best onthouden wordt. Het effect is ook in andere situaties zichtbaar: bij een training van vaardigheden wordt bijvoorbeeld ook het begin (en overigens ook de afsluiting) beter onthouden.

recency-effect

Het verschijnsel dat de laatste term uit een lijst (samen met de eerste term) het best onthouden wordt. Het effect is ook in andere situaties zichtbaar: bij kennismaking met een aantal nieuwe mensen blijft bijvoorbeeld de laatste (en overigens ook de eerste) het best 'hangen' in je geheugen.

reconstrueren

Het zelfstandig creëren van bijvoorbeeld het antwoord op een opdracht door gebruik te maken van verschillende soorten informatie uit het langetermijngeheugen.

geheugenverlies/amnesie

Het, al of niet tijdelijk, ontoegankelijk zijn van herinneringen.

retrograde amnesie

Hierbij verliest iemand herinneringen (meestal van expliciete informatie) uit de periode voordat de persoon de aandoening kreeg die het geheugenverlies veroorzaakt.

processor

Hiermee wordt in het werkgeheugen de beschikbare informatie bewerkt om ons te helpen bij het denken en ook zodat ze beter onthouden kan worden.

amygdala

Hiervan hebben we er een in elke hersenhelft. Koppelt informatie afkomstig uit zintuigen aan emoties (zowel negatieve als positieve emoties).

uitgebreide herhaling

Iets toevoegen aan nieuwe informatie om die zo beter te onthouden. Je hoort dat een nieuwe collega Rudolph heet en verbindt dat met het kerstliedje 'Rudolph, the Red-nosed Reindeer'. Hoe heet hij ook al weer? Het had iets te maken met Kerstmis. O ja, ik weet het al.

simpele herhaling

Informatie opnieuw lezen, horen of overdenken zonder er iets aan toe te voegen. Heb je kennisgemaakt met een nieuwe collega die Rudolph heet, dan herhaal je gewoon de naam. Rudolph, Rudolph, ... enzovoort.

sensorisch geheugen/zintuiglijk geheugen

Ons geheugen van zintuiglijke indrukken die net hebben plaatsgevonden. Elk zintuig heeft hiervan een aparte variant. Het heeft een grote capaciteit, maar de duur van vasthouden is zeer kort: van een halve seconde tot enkele seconden.

tactiel-sensorisch geheugen

Ons geheugen voor aanrakingen, tast, voelen van structuur, enzovoort.

echoïsch geheugen

Ons geheugen voor geluiden. Ook wel het auditieve-of klankgeheugen genoemd.

olfactorisch geheugen

Ons geheugen voor geuren.

smaak-sensorisch geheugen

Ons geheugen voor wat we net geproefd hebben.

iconisch geheugen

Ons visuele of beeldgeheugen.

langetermijngeheugen

Slaat op dat deel van het geheugen waar informatie voor langere tijd bewaard blijft.

kortetermijngeheugen

Slaat op het kenmerk van het werkgeheugen dat informatie slechts kort vastgehouden kan worden. Langer dan het sensorisch geheugen doet, maar de tijd van vasthouden varieert tussen enkele seconden tot enkele minuten. Een ander kenmerk is dat het maar een beperkte hoeveelheid informatie kan bevatten.

magisch getal

Slaat op het vermogen van het werkgeheugen om een bepaald aantal ('zeven plus of min twee', dus vijf tot negen) losse stukjes informatie vast te houden.

infantiele amnesie

Slaat op het verschijnsel dat adolescenten en volwassenen meestal niets herinneren uit hun eerste drie levensjaren en weinig uit de jaren van 3 tot 7. Kinderen in de leeftijd van bijvoorbeeld 3 weten zich uitstekend te herinneren wat er een week daarvoor gebeurd is, maar kennelijk verdwijnen deze herinneringen weer. Dit verschijnsel is in alle culturen aangetroffen en ook bij sommige diersoorten.

hervonden/omstreden herinneringen

Slaat op het verschijnsel dat iemand zich (traumatische) gebeurtenissen herinnert die daarvoor, soms jarenlang, 'vergeten' waren. Er is een discussie of deze herinneringen wel waarheidsgetrouw zijn.

verbaal geheugen

Slaat op ons geheugen voor woorden of begrippen (in tegenstelling tot beelden). Het kan slaan op zowel ons werkgeheugen als op ons langetermijngeheugen.


Set pelajaran terkait

Marketing Chapters: 1-3,7,9-10,13

View Set

Life Insurance Underwriting TEST

View Set

APUSH Ch. 27 IDs and Guided Reading Questions

View Set

OB Chapter 8: Cancers of the Female Reproductive Tract

View Set

sociology 5- material & non material culture

View Set